De jaren 1939 -1947... het aller eerste begin!

 

1939, Scheveningen

Onze mooie sport is ooit in het jaar 1885 gestart en zoals bij veel takken van sport was Engeland de bakermat. In de regio Canterbury (Londen) om precies te zijn. Maar in het jaar 1939, dus vlak voor de 2de wereldoorlog, werd het rolhockey al voorzichtig en ongeorganiseerd in Scheveningen (Den Haag) gespeeld. Op de hier onder staande foto zijn op de Scheveningse boulevard al sporters actief met op de achtergrond de eerste (houten) Pier van Scheveningen.

1939, rolhockey in Scheveningen

1945, de Nederlandse wederopbouw na de 2de Wereld Oorlog

 

Nederland was na de oorlog totaal ontwricht. Van de vooroorlogse economie was niets meer over. Er viel voor de komende jaren dus totaal geen luxe te verwachten. Alleen met veel geduld en hard werken kon de relatieve vooroorlogse welvaart weer worden opgebouwd. De radio was er maar het bezitten van een televisie was een enorme luxe. Het verenigingsleven ontstond gedurende de Nederlandse wederopbouw jaren. Het weer vrij buitenspelen nam grote vormen aan.

In Zwanenburg (dorp in Noord Holland) woonde het gezin van ondernemer Willem Ooms (Sloten-Amsterdam 13-01-1897, Den Haag 24-05-1972) met zijn vrouw Miep. Willem Ooms (een Olympische wielrenner in de twintigerjaren) was dagelijks druk doende met het exploiteren van een koffiehuis-café-restaurant aan de Jansstraat in Haarlem. Naast de zaak stimuleerde hij zijn zonen Henk (geboren in Haarlemmerliede 18-03-1916) en Tom (geboren 1919 in Zwanenburg) om te sporten. En dat deden ze heel bekwaam. De beide zonen hadden veel talent voor de wielrensport en trokken vanuit Zwanenburg het hele land door om deel te nemen aan wielerwedstrijden. Zoon Henk werd o.a. twee keer kampioen van Nederland amateurs bij het onderdeel sprint (1937 en 1938) en won diverse wedstrijden in Engeland en Denenmarken. Hij werd geselecteerd voor de Olympisch wielerploeg om deel te nemen aan de 6de Olympische Spelen te Berlijn (1936). Tijdens deze Spelen won hij daar samen met Bernard Leene een zilveren medaille op de 2.000 meter sprint op het onderdeel tandem. Nog steeds wordt zijn naam herinnerd daar er in een Amsterdamse wijk met straatnamen van Olympische deelnemers, een straat met de naam Henk Ooms Pad naar hem is vernoemd.

1936; Berlijn, Olympisch Stadion met de Olympische vlag en vlam

1946, familie Ooms, de rolschaatspioniers, van Haarlem en Brussel naar Den Haag

 

Vader Willem met zijn vrouw Miep woonden in Zwanenburg en zijn zoon Henk (geboortejaar 1916) met zijn vrouw Map in Haarlem.

Tom Ooms (geboortejaar 1919) woonde een tijdje met enkele andere wielrenners in Brussel. Hij had daar een baan gezien waarvan hij onder de indruk was geraakt. Hij nam z'n vader en broer mee naar Brussel en probeerde hen ervan te overtuigen om dit ook in Nederland op te zetten. En hij kreeg ze mee.

Er volgden besprekingen in België en er werden plannen voor een rolschaatsbaan in Amsterdam ontworpen. Een terrein vlak naast het RAI gebouw leek een geschikte locatie omdat in die buurt veel kinderen op straat en dus onveilig, aan het rolschaatsen waren. Maar deze locatie werd het toch niet omdat men de aanwezigheid van muziek op de rolschaatsbaan als te veel storend zou ervaren. Er is toen nog even aan Haarlem gedacht. Maar de in Den Haag wonende wielrenner met de naam Jan Lorjé gaf zijn sportgenoot Henk Ooms de tip om het eens in zijn woonplaats te proberen en die poging had meer succes.

Het horecabedrijf in Haarlem werd verkocht en het gezin verhuisde naar Den Haag. Van de gemeente Den Haag werd een stuk grond aan de rand de stad gepacht. De grond lag tussen het Milva kamp, de wijk Bohemen, eind Vogelwijk aan het einde van de Sportlaan aan de Savornin Lohmanlaan, direct naast de duinen. Het was een tijd van armoede. De oorlog was nog maar nauwelijks geschiedenis, er was bijna niets te krijgen en niemand had geld.

De Drie Pioniers

1946, de start van de rolschaatshistorie in Nederland

De zandlagen naast de duinen in het zuidelijk gedeelte van de stad Den Haag aan de Savornin Lohmanlaan gaf een stevige ondergrond voor een rolschaatsbaan. De zandlagen gaven ook een goede drainage waardoor het regenwater goed kon worden afgevoerd. Hierop werd een grote betonachtige vloer aangebracht en al vrij snel was deze betonnen vlakte het bezit van vele Hagenaars.

Langs de rolschaatsbaan werd een barak-achtig café-restaurant met een ruim terras gebouwd. Zo vlak na de oorlog was het lastig om aan bouwmateriaal te komen. In het bijzonder was er een groot gebrek aan hout. Daardoor werd het café-restaurant bijna in zijn geheel met baksteen opgetrokken en kreeg de eerst de naam Marathon Rinck, dat vrij snel daarna omgedoopt werd naar Paviljoen Marathon. Binnen in het gebouw was het gezellig, een ruime bar, een lange stamtafel, tafeltjes en stoeltjes en in het midden voor de koude maanden een grote zwarte potkachel. In de toekomst zouden aan de wanden vele glorieuze foto’s van huldigingen, linten, medailles en foto’s van stralende schoonheden worden opgehangen. Ook de imposante bekerkast met alle veroveringen door kunstrijders, kunstrijdsters, hardrijders en rolhockeyers zou in dit gebouw een plaats krijgen.

Willem Ooms en Miep Ooms-Kooy achter de toonbank in hun Paviljoen

Afmeting van de rolschaatsbaan

 

Gedacht wordt dat er als eerste een baan lag van 120 x 80 meter. Gezien de beschikbare ruimte tussen het paviljoen en de beschikbare grond moet dit vrijwel onmogelijk geweest zijn.

De allereerste rolschaatsbaan van Nederland zou een afmeting van maar liefst 120x40 meter gehad hebben

In ieder geval is er wel een tweede baan geweest, die lag tussen de baan direct aan het paviljoen en de Savornin Lohmanlaan, zoals op onderstaande foto te zien is. De tweede baan is later verwijderd en op die plaats is de tribune gekomen. In diverse krantenartikelen is over een baan van 800 m2 gesproken en dat correspondeert met de 2 banen van 40 x 20 meter.

2 banen duidelijk achter elkaar

Een overzicht

1947, waarom de naam Marathon?

 

In de hoofdstad van Nederland ligt naar een ontwerp van architect Jan Wils het Olympisch Stadion (1927). In dit Stadion was ooit een betonnen wielerbaan, met aan de kopkanten van die hoge bochten, opgenomen. Het terrein van de baanrenners, dus ook het terrein van Henk en Tom Ooms. De hoofdingang van het Stadion wordt gevormd door de Marathonpoort, ter ere aan het atletiek nummer "de Marathon”. Achter deze poort bevindt zich aan de lange zijde van het Stadion de Marathontribune. Voor deze tribune was dus ook de lange zijde van de wielerbaan gelegen. Op dit punt, voor de Marathontribune, schreef baanrenner Henk Ooms geschiedenis door middel van de baanrennerstechniek “surplace”.

 

 

Hierdoor ontstaat de naamkeuze voor het paviljoen van de rolschaatsbaan aan de Savornin Lohmanlaan (de Marathon-Rinck) en onze vereniging E.H.R.C. Marathon). Surplace is een techniek waarbij twee tegen elkaar uitkomende wielrenners de baanwielrenfietsen al balancerend op (nagenoeg) dezelfde plek worden gehouden zonder te steunen op de baan. Een goede beheersing van de surplace kan daarin een tactisch voordeel opleveren tijdens de wedstrijd. Een tegenstander die de techniek minder beheerst kan ermee gedwongen worden "op kop te rijden" en belandt zodoende in een minder overzichtelijke positie. Er worden tegenwoordig beperkingen aan het toepassen van de surplace opgelegd door de wereldwielrenbond UCI zoals een maximale tijdsduur van een halve minuut.

Tijdens wedstrijden kwamen vroeger duels voor met surplaces die soms langer dan een half uur duurden. De langste surplaces ooit eindigde na 63 minuten en werd uitgevoerd door... Henk Ooms en zijn tegenstander tijdens een wedstrijd (1938) in het Amsterdamse Olympisch Stadion voor de Marathon-tribune. Deze langste surplace ooit vond zijn broer Tom zo indrukwekkend dat hij tijdens een van de familiebijeenkomsten voorstelde om de naam van het Paviljoen naar deze gebeurtenis, voor de Marathontribune, te vernoemen.

Het paviljoen eerst de genaamd Marathon Rink (hier met C)

Op de voorgrond Map Ooms de Jong en haar zwager Tom Ooms op huurrolschaatsen

Ida Ooms van Vessum in actie eveneens op huurrolschaatsen

1947, waar ga je als baaneigenaar wonen?

De familie Ooms was uit Haarlem naar Den Haag gekomen en alles was verkocht dus moesten zij ook een woning hebben. Vader Willem ging met zijn vrouw Miep in de Chasséstraat in Den Haag wonen en hun zoon Henk nam met zijn vrouw Map (1918-2003) intrek in een woning in de Haagse Kokosnootstraat.

 

Tom en zijn vrouw Ida betrokken een klein huisje met twee kamers achter het café-restaurant Paviljoen Marathon.

Op 14 september lag de baan, de Marathon-Rinck, te blinken in de zon, gloednieuw en toch van oud materiaal. De wereldkampioenen kunstrijden, het Belgische paar Elvire Collin en Fernand Leemans, met nog enige andere Belgische prominenten vulden voor een groot gedeelte het openingsprogramma. Er werd ook een rolhockeywedstrijd (rink-hockey volgens de Belgen) gespeeld tussen twee Belgische ploegen waardoor Den Haag voor het eerst kennis maakte met de rolhockeysport. Op 14 september 1947 was dus de legendarische "Marathon-Rinck" geboren!

Uiteraard stond het publiek geheel vreemd tegenover wat men zag. Hier werd immers iets nieuws vertoond. Men begon onmiddellijk vergelijkingen te maken met ijshockey en kunstrijden op het ijs.

1947, een nieuwe speelvloer, van beton naar eternit

Maar de aangebrachte rolschaatsvloer bleek een grote bedreiging. Het aanbrengen van de rolschaatsvloer, een belangrijk onderdeel van de sport, liet de familie over aan een hierin gespecialiseerd bedrijf. Deze keuze werd bijna de ondergang van de eerste rolschaatsbaan, want de betonachtige sportvloer voldeed niet en bij het vallen op deze vloer hadden de EHBO functionarissen hun handen vol. Dit slechte imago zorgde voor een terugloop van het bezoekersaantal en uiteindelijk moest de rolschaatsbaan worden gesloten. Verdere initiatieven door de familie Ooms hingen af van het feit of het in sportvloeren gespecialiseerde bedrijf een schadevergoeding ging verstrekken. Gelukkig kwam er een financiële schadevergoeding maar er was nog steeds geen geschikte rolschaatsvloer. Uiteindelijk had niemand in Nederland ervaring met het aanleggen van een goede rolschaatsvloer.

 

De kunstrijders wilden graag een gladde oppervlakte en de rolhockeyers een ietwat stroevere oppervlakte. Uiteindelijk moest er ook in Den Haag een gulden middenweg worden gevonden. De familie Ooms dus op zoektocht en uiteindelijk werd er een goed materiaal gevonden, de sterke en slijtvaste vezelcement platen van het Nederlandse bedrijf Eternit, die als bouwplaten in de handel waren, bleek een goede keuze te zijn. De platen met een afmeting van 1,2 bij 2,5 meter en een dikte van 13 tot 15 mm werden op een houten raamwerk geschroefd. Voor het behoud van het hout werden de ribben beschermd met een asfaltpreparaat tegen het door de naden wegzakkend water. In dit jaar werden de werkzaamheden zelfs op de 1ste en 2de paasdag mede met behulp van de E.H.R.C. Marathon leden uitgevoerd.

 

De ruimte tussen de ribben werd opgevuld met zand zodat er geen “hol” geluid werd veroorzaakt bij het rolschaatsen. De vlakheid was belangrijk. De platen moesten goed tegen elkaar liggen en zeker niet een hoogte verschil ten opzichte van elkaar hebben. Want dat gaf struikelpartijen. Ook kon de baan niet onder afschot (schuin) worden gelegd. Dit zou handig zijn voor de afwatering maar het figuurrijden door de kunstrijders gaf de eis dat de vloer 100% vlak moest zijn. Ook het vastschroeven was een enorm karwei. Het schroeven gebeurde met de hand. Electrische boormachines waren er immers niet. Kortom: er kwam nog al veel bij kijken om een goede rolschaatsbaan aan te leggen. Maar de Marathon-rinck was in goede handen van de technische man van de familie, Henk Ooms. De bezoekende buitenlandse rolhockeyteams, hardrijders en kunstrijders verklaarden deze rolschaatsvloer al vrij snel als een van de beste rolschaatsvloeren in Europa.

 

Met betontegels werd aan de lange zijde tegenover het Paviljoen een staantribune met een capaciteit van 500 staanplaatsen gebouwd.

 

De Op- en Ombouw van de baan

1947, De "ombouw"

Al vrij snel werd besloten om de rolschaatsbaan naar de officiële afmetingen 40x20 meter om te bouwen. Van een rolschaatsvloer met een betonvloer naar een rolschaatsvloer met eterniet platen.

Aan de 20 meter zijde van het toegangspad langs de kassa en aan de overkant daarvan werden masten geplaatst die het doel hadden om de toekomstige baanverlichting aan te brengen. In deze masten werden bij kunstijshows de (gekleurde) schijnwerpers geplaatst waarmee vrijwilligers de kunstrijdsters bij de shows met de schijnwerpers konden volgen.

 

Foto rechts boven: Opa Willem Ooms op zijn knieën de zandlaag aan het vlakken. Op de overige drie foto's is duidelijk de "ombouw" van een grote naar een kleinere rolschaatsbaan zichtbaar.

 

Foto’s midden- en links boven: De eerste contouren worden zichtbaar.

 

 

Foto rechts onder: Opa Willem Ooms (links) met zijn zoon Henk Ooms aan de zware grondarbeid om ook deze zijde van de rolschaatsbaan een mast te plaatsen.

Foto midden onder: werkzaamheden aan de terrasvoer tegen de baan.

Foto links onder: Tom Ooms is bezig om op het houtenrasterwerk waarop de eterniet platen werden bevestigd een bitumen laag aan te brengen. Op deze foto is goed zichtbaar dat om een "hol" geluid te voorkomen de ruimte tussen het houtenrasterwerk werd opgevuld met zand.

 

Stukje rolschaats voorgeschiedenis uit de Haagse Post 1 juli 1950

Niet piep-jong, maar stok-oud!

De rolschaatserij is zeker niet piepjong. Integendeel, reeds honderden jaren geleden werd in de Scandinavische landen gebruik gemaakt van „houten schoenen op rolletjes”, waarmede lange afstanden werden afgelegd. Van sport was toen echter nog geen sprake. Wanneer we dan eens verder door de geschiedenis rollen (om in stijl te blijven) dan zien we omstreeks 1790 Nederland kennis maken met de rolschaatsen. Een Zwitser maakte nl. een tocht op schoenen met wieltjes van Den Haag naar Scheveningen. Oude kronieken vertellen dat een grote menigte was gezien, die zich vergaapte aan een zonderling, die schaatste terwijl er geen vierkante centimeter ijs was te bekijken. De eerste rolschaatsenbaan werd omstreeks 1900 in Parijs aangelegd en na enige tientallen jaren kregen we een zelfde baan in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam, waar de rolschaatssport een korte doch hevige bloeiperiode beleefde. Toch vervaagde de belangstelling door onbekende oorzaken en bleef het als kinderspel op straat over: in de zomer zonder ijs toch schaatsen op krassende ijzeren rolletjes.

 

Na de oorlog kwam er in ons land, vooral ook door de invloed van België, Frankrijk en Amerika, nieuw leven in de sport en werd er op initiatief van de gebr. Ooms (wie kent niet dit roemrijke geslacht van wielrenners?) aan de Savornin Lohmanlaan een baan aangelegd. waarop de jeugd zich kon vermaken met het rolschaatsen. Op deze baan, welke later belangrijke verbeteringen onder- ging, word het element sport in het kinderspel terug gebracht. Spoedig bleek, dat de rolletjes dezelfde mogelijkheden boden als de echte schaatsen en het was dan ook geen bijzonderheid dat de hockeywedstrijden en het kunstrijden van de ijsbaan werden overgenomen. Er kwamen de verenigingen, „Marathon”, Residentie” en „Neerlandia”, die zich op deze sport toelegden en alles in het werk stelden op een zelfde niveau te komen als men in het buitenland bereikt had.

 

Wij gaan een woordje meespreken

Rolhockey (internationaal heet deze sport, ”Rink-hockey”) vertoont grote overeenkomst met ijshockey. De snelheid, de behendigheid en het element verrassing zijn vrijwel gelijk. Het rolhockey- team bestaat echter uit 5 man (2 voor- spelers, 2 in de verdediging en 1 keeper) en er wordt niet met een puck, doch met een harde houten bal van 23 cm middellijn gespoeld. Het veld heeft een afmeting van ten minste 30 bij 40 meter. De wedstrijden duren 2 maal een half uur, waarin zeer zeker het uiterste van de spelers, wordt gevergd. Naast de rolhockeywedstrijden kennen we dan het schoonrijden voor paren en soli, waarbij op walsen, marsen en zelfs tango’s en samba’s verschillende dansen worden uitgevoerd. Het hardrijden, dat vooral in Amerika en België populair is, kan in ons land nog niet van belang worden genoemd. Opmerkelijk is wel, dat de sport zich geheel in Den Haag concentreerde.

De beroemde Ooms Rolschaatsen

 

1947, de eerste “Ooms huur-rolschaats”

250 stuks werden als eerste gemaakt voor de verhuur. (25 cent voor een hele middag of een hele avond vrijrijden).

De rolschaatsbaan was er. En nu nog klanten die kwamen schaatsen en iets in het horecapaviljoen gingen gebruiken. Inkomsten moesten er zijn. Maar Nederland in de wederopbouw moest de centjes goed besteden en dat was niet aan een luxe artikel als rolschaatsen. Dus omdat de mensen minder hadden te besteden ging voornamelijk Henk Ooms voortvarend van start met het zelf vervaardigen van rolschaatsen die op de rolschaatsbaan vanuit een speciale ruimte te huur werden aangeboden. Wellicht dat daarom de rolschaatsbaan ook zo’n succes werd. Geen geld voor het kopen van rolschaatsen maar wel een klein bedrag voor het huren voor een middag of avond van rolschaatsen. De beroemde “Ooms rolschaats” deed zijn intrede. Er waren meerdere soorten: met of zonder schoen, de kunstrolschaats, de rolhockeyrolschaats, maar allemaal in eerste instantie met houten wielen. Voor deze wielen wordt een gladde taaie houtsoort gebruikt. Het meest geschikt was het hout van de Steenbeuk of vruchtbomenhout. Hout met regen ging niet samen en om de regen te trotseren werden er door Ooms ook nog aluminium wielen vervaardigd. Later werden de houten wielen vervangen door kunststof wielen. Ook deze wielen werden door Henk Ooms ontwikkeld want hij was de expert in het vervaardigen en het herstellen van rolschaatsattributen. Verder maakte hij later ook speciale super lichte schaatsen voor de hardrijders, met ultra lichte schoenen, de assen en bouten werden uitgeboord en ingekort, de wielen en moeren smaller gemaakt, alles om gewicht te verminderen. Een techniek die hij ook op zijn fietsen toegepast had.

De "Ooms rolhockeyschaats

De rolhockeyrolschaatsen bestonden uit twee stalen en verchroomde hoekliggers als onderstel en het rubber van de stoppers gesneden uit oude tractor- en vrachtwagenbanden. Vooral de rolhockeyers van het eerste uur hebben dagen/weken lang deze wielen op een draaibank staan draaien. Want de houten wielen spleten bij enig contact spontaan in twee stukken. De rolschaatsen wegen maar liefst 2 kg. per stuk. Op de foto, met de kunststof wielen

De “Ooms kunstrijrolschaats”

Vanwege "het springen" was de wens om de kunstrijrolschaatsen lichter te maken. Daarom vervaardigde Henk Ooms voor de kunstrijders rolschaatsen die lichter werden door het toepassen van vliegtuigaluminium als onderstel. Op de foto links heeft de kunstrijrolschaats een neusdop.

Deze rolschaats zonder neusdop werd gemaakt voor het speciale kusnstrijonderdeel figuurrolschaatsen. De figuurlijn was hiermee beter zichtbaar!

De werkplaats aan de zijkant van het Paviljoen. Het terrein van Henk Ooms. In zijn typerende stofjas. Sleutelend en bouwend aan de Ooms rolschaatsen. Op de foto is hij bezig met een kunstrijrolschaats. Aluminium onderstel en houten wielen.

1947, een memorabel moment: de oprichting van E.H.R.C. Marathon

Er was behoefte aan organisatie om al die rolschaatsers iets meer aan te bieden als alleen het vrijrijden op de rolschaatsbaan. Uiteindelijk werd twee maanden na de opening van de rolschaatsbaan een rolschaatsvereniging op 21 oktober 1947 opgericht. In dat zelfde jaar werd op 14 september de Nederlandse Rolschaatsbond opgericht. De keuze voor de verenigingsnaam was eenvoudig want de naam van het Paviljoen werd aangehouden. De naam werd: Eerste Haagse Rolschaats Club Marathon. De eer van de allereerste verenigingsvoorzitter ging naar de heer Hazelaar. Het allereerste sporttenue was een gele (pantser) broek, rood shirt en rood met geel gestreepte kousen. Er bestonden twee soorten shirts, zomers dun katoen met gele kraag en in de winter een sweater met ronde hals. Meestal droeg men het zomershirt onder het wintershirt omdat het wintershirt met een reeks halsknoopjes moest worden dichtgemaakt. En dat was lastig.

 

Een aantal ijshockeyers (o.a. Joop de Bruin) zocht in de maanden wanneer de koelmachines van de Haagse Overdekte Kunst IJsbaan (HOKIJ) waren gestopt, een alternatief. Zij gingen ook kijken op de Marathon-Rinck en al snel brachten zij daar er vele schaatsuren door. Ook zij waren aanwezig bij de opening op 14 september 1947 en zagen net als vele Hagenaars voor het eerst het spel rolhockey en besloten om een team te formeren. Het allereerste rolhockeyteam van E.H.R.C. Marathon, de stad Den Haag, nee van heel Nederland! Met andere historische woorden: rolhockey start ook in Nederland.

 

 

1947, de eerste Nederlandse rolhockeystick

De eerste rolhockeystick was een catastrofe. Een Haagse timmerman kreeg de opdracht om 8 rolhockeysticks te maken. Van de Wereldbond Fédération internationale de patinage à roulettes ontving men de officiële regels aangaande de rolhockeystick. De tekst was uiteraard in het Frans doch de Haagse timmerman maakte een klein foutje bij de vertaling en zo kreeg de eerste Nederlandse rolhockey stick een blad met een hoogte waarmee de breedte werd bedoeld en een breedte waarmee de hoogte werd bedoeld. Pas in 1948 kwam men tot de ontdekking dat de Nederlandse rolhockeystick niet overeen kwam met de internationale rolhockeystick.

 

1947, het eerste internationale contact

Het begin om te rolhockeyen was moeilijk. Geen trainers, geen andere clubs waar tegen gespeeld kon worden. Het werd een kwestie van eigen inzicht waarbij vallen en opstaan aanvankelijk danig in het rijschema pasten, doch de leden de nodige hardheid brachten, die het rolhockey nu eenmaal vereist.

De Marathon zocht internationaal contact, kreeg dit al spoedig met onze Zuiderburen, de Belgen en kreeg van deze ervaren spelers gevoelige pakken slaag. Scores van 20-0 en later 10-0 weerhielden de Haagse sporters niet ervan om te stoppen. Men hield vol, totdat er dragelijker resultaten uit de bus kwamen.

Het contact tussen Nederlandse en Belgische verenigingen vanaf 1947 is zeer groot en het Senioren team van Marathon behaalde uiteindelijk haar eerste overwinning sinds de oprichting in het jaar 1947 in een officiële wedstrijd tegen Souveraine (Brussel-België).

Het moest er een keer van komen dat het eerste seniorenteam van de moeder der moederverenigingen E.H.R.C. Marathon tegen een seniorenteam van een van de afgesplitste verenigingen moest gaan spelen. In 1947 was het zover. Voor de Nederlandse competitie werd de eerste stadsderby aller tijden gespeeld. Wekenlang werd hier in de Haagse rolschaatswereld over gesproken. Ja, en wie was voor wie? De wedstrijd trok uiteindelijk maar liefst 750 toeschouwers naar de Marathon-Rinck!

1947, Marathon-Rinck. Het team van E.H.R.C Marathon opgesteld voor de publiekpresentatie voor aanvang van de stadsderby

De Marathon-Rinck met speelvloer van eterniet platen.

Rolschaatsen was toen zeer populair

© 2020 by Pro2Manage